Aanbidding en mystieke ervaring
Door Kick Bras
In de mystieke ervaring speelt aanbidding een belangrijke rol. Welke, dat zullen we onderzoeken aan de hand van enkele mystieke teksten. Ik citeer deze uit een bloemlezing van de christelijke mystiek die ik onlangs publiceerde*.
Jubilatio
Laten wij daarom niets anders verlangen, niets anders wensen, moge niets anders ons behagen en verheugen, dan alleen onze Schepper, Verlosser en Heiland, de enige waarachtige God, die de volheid is van het goede, alle goed, het volledige goed, het ware en hoogste goed, 'die alleen goed is' (Lc. 18, 19), zorgzaam en mild, liefdevol en hartelijk, die alleen heilig is, rechtvaardig, waar, heilig en goed, die alleen weldadig is, onschuldig en rein. Van Hem en door Hem en in Hem komt alle vergeving, alle genade, alle glorie van alle boetvaardigen en rechtvaardigen, van alle heiligen die samen hun vreugde hebben gevonden in de hemel. Niets mag ons dus hinderen, niets scheiden, niets in de weg staan, overal waar wij allen, op iedere plaats, op ieder uur en te allen tijde, dagelijks en zonder onderbreking, oprecht en nederig in Hem geloven, Hem in ons hart bewaren en beminnen, Hem eren, aanbidden, dienen, loven en zegenen, Hem verheerlijken en hoog verheffen, prijzen en dank brengen: Hem de allerhoogste, verheven en eeuwige God, drie en één, de Vader en de Zoon en de heilige Geest, de Schepper van allen en de Verlosser van allen die in Hem geloven, op Hem hopen en Hem beminnen; Hem, die zonder begin is en zonder einde, onveranderlijk, onzichtbaar, onzegbaar, onuitsprekelijk, onbegrijpelijk, onnaspeurlijk, gezegend, lofwaardig, glorieus, verheerlijkt boven allen, verheven, uitstekend, mild, beminnelijk, heerlijk en boven alles geheel begerenswaardig in eeuwigheid. Amen (MD, 9 mei).
Aldus Franciscus in zijn Regel. De vreugdevolle aanbidding van God was voor hem zó belangrijk, dat hij ook nog in zijn Testament hiertoe oproept: ‘En ik wil dat dit hoogheilig Sacrament boven alles geëerd, aanbeden en op kostbare plaatsen bewaard wordt’. De aanbidding was voor Franciscus dagelijks voedsel, maar vooral verbonden met het sacrament van de eucharistie. De vreugdevolle aanbidding nam een belangrijke plaats in in mystieke kring. Men noemde deze ook wel de jubilatio. Deze jubelende lofprijzing vond soms plaats in momenten van persoonlijke extase. Zo spreekt Mechtild van Maagdenburg erover:
Toen de ziel het land van de engelen zag en zonder moeite herkende, was de hemel voor haar opengegaan. Daar stond zij, en haar hart ontbrandde en ontsteeg haar en zag haar Lief aan en zei: ‘O Heer, als ik u aanschouw, moet ik u lofprijzen in een wonderbare aandacht. Waar ben ik? Nabijgekomen, ben ik nu in u verloren en kan ik niet meer aan het aardrijk denken noch aan enig hartenleed. Toen ik u zag, wilde ik de aarde voor u aanklagen. Nu heeft uw aangezicht mij, Heer, verslagen, en u hebt mij boven mijn adelstand ver verheven’. Toen knielde zij neer en dankte hem voor zijn genade en nam van haar hoofd de kroon en zette die op de rozenkleurige nerven van zijn voeten en voelde een verlangen, om hem nader te mogen komen. Toen sloeg hij zijn goddelijke armen om haar heen en legde zijn vaderlijke hand op haar borst en keek haar aan. Toen werd zij gekust. En in zijn kus geraakte zij in verrukking,verrukt tot in de hoogste hoogte, boven alle engelenkoren (MD, 13 november).
Dergelijke extatische visioenen vonden nogal eens plaats tijdens de aanbidding van het Heilig Sacrament of het ontvangen van de hostie. Maar ook beleefde men in kringen van Begijnen of Clarissen de jubilatio in gezamenlijke dans en zang.
Stille aanbidding
Niet altijd was de aanbidding extatisch of luidruchtig. Veel mystici beleefden de intense ontmoeting met het goddelijk mysterie in de binnenkamer van hun hart en vermeden het liever om opzien te baren. Jan van Ruusbroec spreekt over de mystieke eenheidservaring als over een genieting die woorden te boven gaat: ‘Je zou het je zo kunnen voorstellen: alsof je een gloed van vuur zag, mateloos groot, waarbij alle dingen verbrand waren in een stil, gloeiend, onbeweeglijk vuur. Zo kan men beschouwen de gestilde, wezenlijke minne die bestaat in een genieten van God en alle heiligen, boven alle bepalingen en werken en beoefening van deugden. Ze is een gestilde, grondeloze vloed van rijkdom en vreugde, waar alle heiligen met God in vervloeid zijn in een wijzeloos genieten. En dit genieten is wild en woest alsof men verdwaald is. Want daar is bepaaldheid noch weg, noch pad noch plaats noch maat, noch einde noch begin, noch iets dat men verwoorden of duidelijk maken kan’(MD, 14 januari). En Bernard van Clairvaux zegt dat wij allen wel eens God met jubelende woorden aanbeden hebben, maar daarbovenuit gaat het Lied der Liederen (Hooglied): ‘Het is geen geluid van de mond maar gejubel van het hart, geen klank van de lippen maar een opwelling van vreugde: harmonie van willen, niet van stemmen. Het is niet buiten te horen en klinkt niet in het openbaar. Enkel zij die het zingt verstaat het en degene voor wie het gezongen wordt, dat wil zeggen de bruidegom en de bruid. Het is immers een huwelijkslied, uitdrukking van kuise, blije omhelzingen van zielen, van eendracht in levenswijze en van gelijkgezinde liefde jegens elkaar’(MD, 5 maart). De aanbidding hoeft zich dan niet meer te uiten in woorden, gesproken of gedacht, maar kan bestaan in een ononderbroken genieten van de eenheid met de Onuitsprekelijke. ‘Vanuit de kracht van deze kostbare eenheid beminnen we en genieten we van onze Schepper, Hem lovend en dankend en ons grenzeloos in Hem verheugend’, zegt Julian van Norwich (MD, 8 oktober).
Aanbidden met de daad
God aanbidden doe je volgens de mystici niet alleen met woorden, of in een woordeloos genieten, maar vooral ook in je daden. Anna Maria van Schurman schrijft in haar Eucleria:
De beste dienst van God bestaat niet in bijzondere daden, die van buiten geestelijker schijnen te zijn. Nee, de beste dienst geschiedt in de bijzondere tegenwoordigheid van God, in zijn goddelijke genade. In een grotere beoefening van geloof en liefde, en daarom in een vuriger verheerlijking van God, van zijn Wezen, zijn volmaaktheid en zijn werk, en in de kennis en aanbidding van zijn verborgen waarheden. De christenen die enige groei in hun christen-zijn gemaakt hebben, doen de gewone dingen buitengewoon, de lichamelijke dingen geestelijk, de menselijke goddelijk en de uiterlijke dingen doen ze terwijl ze door de Geest in hun binnenste altijd met God verenigd zijn, in zijn liefde en tegenwoordigheid (MD, 27 april).
Het gaat dus niet om spectaculaire daden, maar om een innerlijke doorleving van de gewone taken van het leven. Je doet geen andere dingen, je doet de dingen anders. Je doet ze vanuit een innerlijke bezieling, en met het oogmerk om God erdoor te verheerlijken. Zij vervolgt door te zeggen, dat ons dagelijks werk niet verkeerd is, alsof het ons zou afleiden van de gemeenschap met God. Integendeel, juist in ons dagelijks werk en in de dagelijkse besognes kunnen we God aanbidden. ‘Het zijn middelen om God te dienen, Hem te verheerlijken en Hem liefde te betuigen’(MD, 28 april). Het is een misverstand om te denken dat mystieke vereniging met God ons buiten het gewone leven plaatst. Thomas Merton heeft hier steeds weer de aandacht op gevestigd. We worden niet boven het gewone leven verheven, we worden innerlijk zo omgevormd, dat we anders in het gewone leven gaan staan. Het is niet zo, dat mystieke eenwording een soort ontrukt zijn is van ons lichamelijke, zintuiglijke leven Nee, als God de kans krijgt ons om te vormen dan zal het zo zijn: ‘zelfs onze zintuigen prijzen God spontaan in elke actie die hen van nature eigen is’ (MD, 22 mei).
God aanbidden door jezelf los te laten
Wie door God is aangeraakt, en daarop antwoordt met geloof en overgave, die komt in een proces terecht dat men de mystieke weg noemt. Op deze weg leer je steeds meer om God de ruimte geven. Aanvankelijk denk je, dat heel veel van jezelf afhangt, van jouw keuzes, jouw geloof, jouw gebed etc. En zeker wordt er toewijding gevraagd. Maar die toewijding bestaat vooral in jezelf los te laten, het initiatief aan God te laten, Hem alle eer te geven. Gerhard Tersteegen zegt het zo: ‘Weest U alles in mij, omdat ook U alleen en eeuwig in mij verheerlijkt wordt... Ik ontledig mijzelf en wil me eeuwig ontledigen, opdat U alleen de plaats in kunt nemen, in mij leven wilt en U in mij verheerlijken wilt’(MG, 19 juli) en Alijt Bake noemt deze weg zo: ‘Het is een weg van ootmoedig en zachtmoedig laten en lijden van mijn 'zelf' uit minne omwille van de eeuwige eer van God’(MG, 27 september). God wil zichzelf in mij verheerlijken, zegt Tersteegen. Zo ervaren mystici ook het voortdurend gebed als een bidden van God in hen, het is de Geest die met onuitsprekelijke verzuchtingen in ons bidt, en dus ook aanbidt. Hoe meer je de controle overgeeft, je defensiemechanismen uit handen geeft en God zelf zijn werk in je laat doen, hoe meer God de eer krijgt die Hem toekomt.
God aanbidden in het lijden
Het is gemakkelijk om God te aanbidden als alles goed gaat. Maar wie God zuiver liefheeft, die aanbidt Hem ook in tegenspoed. Thomas a Kempis zegt het zo in De Navolging:
Velen hebben Jezus lief, zolang er geen tegenslagen komen. Velen prijzen en zegenen Hem, zolang zij nog enige vertroosting van Hem ontvangen. Maar als Jezus zich verschuilt en hen even alleen laat, dan hervallen zij tot klachten of diepe neerslachtigheid. Maar degenen die Jezus om Jezus zelf liefhebben en niet om enige eigen vertroosting, zij zegenen Hem in alle beproevingen en benauwenissen van hun hart evenzeer als in de opperste vertroosting. Al wilde Hij hun nooit een vertroosting geven, dan zouden zij Hem nog altijd loven en Hem altijd dank willen brengen (MD, 19 maart).
Als je Jezus werkelijk liefhebt, aanbid je Hem zelfs als Hij zich verbergt, als je innerlijke leven troosteloos en dor is, zonder mystieke ervaringen. De ware aanbidding is je hele leven overgeven aan de omvormende kracht van Gods Geest. Dit gaat onherroepelijk gepaard met lijden en strijd. Maar wie dit aanvaardt als teken van liefde, die wordt, zoals Elisabeth van Dyon dat noemde, ‘een lof van Gods heerlijkheid’. Ik eindig met een citaat van haar.
‘Een lof van Gods heerlijkheid’ is een ziel die weet wat stilte is. Als een snaarinstrument houdt ze zich gevoelig onder de geheimvolle aanrakingen van de Heilige Geest, opdat Hij er goddelijke klanken zou aan ontlokken. Zij weet dat het lijden een snaar is, die nog mooiere klanken laat horen. Daarom is ze blij deze op haar instrument te hebben, om het hart van haar God heerlijker te raken. (MD, 15 september).
Kick Bras is predikant van een protestantse wijkgemeente in Gorinchem en hoofdredacteur van Herademing, oecumenisch tijdschrift voor spiritualiteit en mystiek.
* Zie Kick Bras, Mystiek Dagboek, Ten Have Baarn 2009, voortaan MD. Deze bloemlezing is als dagboek uitgegeven.
Ik citeer op dag. Op mijn website vindt u meer programma’s rond deze mystieke teksten. Zie www.kickbras.nl/mystiekdagboek.

|